zondag 22 juni 2014

Asakusa en de Skytree

Voor de verandering ging ik vandaag niet alleen op pad, maar werd ik begeleid door twee lieftallige Japanse dames. De studente Yuka, PhD-er Yukie en ik hadden afgesproken voor ons instituut, het NIID. Vanaf hier vertrokken we in de regen via de metro naar Asakusa. Ons doel in Asakusa was, waarschijnlijk één van de bekendste boeddhistische tempels in Tokyo, Sensō-ji. Ondanks de regen was het een drukte van belang voor de kaminarimon (donderpoort) die toegang tot het tempelcomplex verschaft.

Kaminarimon met PhD-er Yukie.
Eenmaal door de poort kwamen we op de hoofdweg richting de tempel. Aan weerszijden van deze weg stonden kraampjes die van alles en nog wat verkochten. Er waren typische toeristenwinkeltjes met sleutelhangers, beeldjes en stickers, maar ook meer traditionele winkels die bijvoorbeeld slippers, haarkammen of stoffen materialen verkochten. Uiteraard viel er ook genoeg te eten. De eerste snack die ik at heet kibi-dango en laat zich lastig omschrijven. Het zijn een soort deegballetjes gespietst op een stokje (denk aan saté) en gedoopt in bloem gemaakt van sojabonen. De zoete binnenkant in combinatie met de bittere bloem aan de buitenkant maken een vreemde maar lekkere combinatie. Een andere beroemde snack die ik probeerde heet menchi-katsu. Deze gefrituurde snack is gemaakt van gemalen varkensvlees gemengd met ui, zout en peper. Na de eerste hap druipt het vet eruit, maar de warme snack was een aangename traktatie op deze koude middag. Nadat we onze snacks verorbert hadden was het tijd om via de binnenste poort hozōmon richting de hondō (hoofdtempel) te lopen. In de schitterend versierde tempel wordt op de traditionele manier gebeden, na het doneren van geld (zie mijn eerdere blog) 2x buigen, 2x klappen, wensen en 1x buigen. Na het bezoek aan de tempel besloot ik mijn lot te kiezen via een o-mikuji. Het werkt als volgt: je schud een koker en pakt daaruit een houten prikker met daarop een nummer. Vervolgens pak je een papiertje uit een vakje met het corresponderende nummer. Op het briefje staat je (on)geluk vermeld in het Japans en het Engels (wel zo makkelijk voor de buitenlandse bezoeker). Ik had helaas de pech om een bad luck briefje te pakken in tegenstelling tot mijn collega's die best luck en regular luck hadden. Ze legden me vervolgens uit dat ik het briefje om een rek moest binden, volgens de verhalen blijf het ongeluk dan aan het rek zitten in plaats van dat het jou volgt.

Hozomon met student Yuka.
Hondo
Hondo interieur
Het vastbinden van mijn ongeluk.
Nadat we alles op het tempelterrein gezien hadden en genoten hadden van een kom ijs was het tijd om naar de tweede grote bestemming van onze reis te gaan, de Tokyo Skytree. De Skytree is met 634 meter het hoogste gebouw in Japan en word gebruikt als radio en tv mast. Het was helaas erg bewolkt dus we besloten dat we het geld voor de toegangsprijs naar het observatiedeck beter konden bewaren voor een andere dag. Gelukkig staat naast de Skytree een enorm winkel/restaurant complex genaamd Solamachi, met daarin de meest uiteenlopende en vreemde winkeltjes die ik in Japan gezien heb. Zo was er een winkeltje waar ze alleen maar verschillende soorten zout verkochten. Zout voor vis, zout voor vlees, zout voor de salade. Voor elk gerecht hadden ze een speciaal zout. Een andere winkel die een vermelding verdiend is de plastic voedsel winkel. De producten hier zijn echter niet die plastic stukjes tomaat of sla die je bij een willekeurige speelgoedwinkel kan kopen, maar hoge kwaliteit showroom modellen die vaak door Japanse restaurants gebruikt worden. De gerechten die hier stonden waren werkelijk waar niet van echt te onderscheiden. Pizza's, visgerechten, sandwiches, toetjes, dranken, alles leek net vers-bereid uit een keuken te komen. In het complex was ook een verdieping ingericht door de Chiba Institute of Technology. Hier stonden verschillende robots, en werden nieuwe technieken gepresenteerd om informatie weer te geven. Ook was er een indrukwekkend 1:1 model van een robot uit een anime serie. Op de bovenste, 31ste, verdieping hadden we alsnog een mooi (en gratis) uitzicht over Tokyo.

Tokyo Skytree
1:1 model van een robot uit een mecha anime.
Na het bezoek aan de Skytree waren we behoorlijk hongerig. Daarom besloten we om, voordat we naar huis zouden gaan, een sushibar te bezoeken. In deze sushibar stond de sushichef in het midden van de zaak, omringd door een lopende band. Op deze lopende band kwamen de sushi-gerechtjes achter elkaar voorbij. Één voor één pakten mijn collega's bordjes met verschillende soorten sushi van de band. Zo kreeg ik onder meer: zalm, tonijn, garnaal en gebakken ei?! Nadat we klaar waren met eten kwam de ober simpelweg het aantal lege bordjes tellen om op die manier de prijs te bepalen. Een erg grappige ervaring die echt typisch Japans is. Het was tevens het eind van een dag die, ondanks de vele regen en bewolking, erg gezellige was. Op naar het volgende uitje!

dinsdag 10 juni 2014

Van het allerkleinste tot het allergrootste in het Miraikan

Afgelopen zondag was het weer tijd voor een museumbezoek. Dit keer geen stoffige schilderijen of antiek aardewerk maar cutting-edge wetenschap. Het 'National Museum of Emerging Science and Innovation', kortweg Miraikan, is gelegen op het kunstmatig eiland Odaiba. Behalve het Miraikan zijn hier onder andere ook een expositiecentrum, winkels, arcadehallen en een reuzenrad te vinden. Na een korte wandeling (het Miraikan ligt iets buiten het centrale gebied van Odaiba) kwam ik aan bij het enigszins futuristisch ogende gebouw. Eenmaal binnen wordt de aandacht gelijk getrokken door de Geo-Cosmos, onderdeel van het TSUNAGARI project. Deze gigantische wereldbol bestaande uit duizenden kleine LED schermpjes laat de aarde zien met het huidige weer. Om de zoveel tijd draaien ze echter speciale info-graphics. Bijvoorbeeld over migratiepatronen van de mensheid of de locatie van bosbranden. Hoewel dit misschien saai klinkt op papier, vormen de haarscherpe beelden een prachtig gezicht.

Het Miraikan
De Geo-Cosmos
De 1ste verdieping van het museum stond vooral in het teken van nieuwe technieken gebaseerd op de natuur of bestaande ideeën. Denk bijvoorbeeld aan verbeterde zonneschermen, 3D printers en kleurstoffen gebaseerd op genen uit vlindervleugels. Hiernaast was er veel aandacht voor robots zoals zeehondje Paro (speciaal bedoeld voor alleenstaande ouderen) en Halluc II, een robot die zowel kan rijden als 'lopen', zoals ze in een live-presentatie lieten zien.


Geavanceerde toiletten zijn onontbeerlijk
in een 'future science' museum. 
Halluc II
De 2de verdieping was voor mij als medisch biotechnoloog echter het interessants omdat het hier over het genoom en de combinatie met het medisch veld ging. Een grappige display hier was de operatie-simulator. Hierbij was het de bedoeling dat je met behulp van twee joysticks, die twee tangen bestuurden, een tumor uit een patiënt verwijderde. Nadat ik wat kleine kinderen had zien aanmodderen besloot ik zelf een poging te wagen. Vastberaden dit beter te doen ging ik fanatiek van start, maar na de 1 minuut die de operatie mocht duren zat de tumor nog stevig vast op zijn plek. Maar goed dat ik geen carrière als chirurg overwogen heb.

De mens teruggebracht tot zijn meest basale elementen.
Deze klein chip (~1cm2) bevat alle menselijke genen. Door het vergelijken van de chip
van gezonde mensen met zieke mensen kunnen wetenschappers erachter komen
welke genen verantwoordelijk kunnen zijn voor een ziekte.
Bestellen we in de toekomst onze persoonlijke medicijnen
gebaseerd op ons unieke genoom?
Warmtecamera: Blijkbaar heb ik een koele neus.

De laatste exhibitie stond in het teken van verkennen. Zowel grote hoogtes (met uitleg over ruimtereizen, NASA, het ISS en het heelal) als eindeloze dieptes (diepzee expedities, en het effect van waterdruk).


De Shinkai 6500 duikboot bereikte een diepte van... 6500m.
De LE-7A raketmotor wordt gebruikt om het ISS te bevoorraden.
Eenmaal thuis werd ik echter keihard in de steek gelaten door de techniek. Doordat mijn internet het niet deed staat deze blog namelijk twee dagen later dan gepland online :p

zondag 1 juni 2014

De grote Boeddha en andere tempels in Kamakura

De temperaturen in Tokyo schieten vandaag boven de 30°C. Daarom ben ik extra blij met de in de trein aanwezige airco gedurende mijn 2 uur durende reis naar het koelere Kamakura. Kamakura is een oude stad met een rijke geschiedenis gelegen aan de zee, maar staat vooral bekend om de vele aanwezige boeddhistische tempels. Dat het een toeristische bestemming is valt gelijk op wanneer ik in het drukke treintje richting mijn eerste bestemming naast Japans ook Engels, Italiaans en zelfs Belgisch hoor.


Mijn eerste bestemming in Kamakura is Hase-dera. Hase-dera is een boeddhistische tempel gewijd aan de godin Kannon, die binnen het boeddhisme geassocieerd wordt met mededogen. Langs de hoofdpoort loop ik het terrein op. Links en rechts van mij, aan de voet van de berg, bevinden zich verschillende vijvertjes met daarin de onvermijdelijke karpers en goudvissen. Tussen de vijvers loopt een slingerend pad de berg op. Aan weerszijden van het pad bevinden zich, soms half verscholen tussen de struiken, beeldjes uit het boeddhisme. Bovenaan het pad, geflankeerd door kleinere tempels, ligt de hoofdtempel. In de tempel staat een ruim 9 meter hoog houten verguld beeld van Kannon. Het grote beeld van haar in de (relatief) kleine tempel, slechts verlicht door enkele kaarsen maakt grote indruk op mij. Helaas mocht ik er geen foto's maken. Buiten de tempel loopt een pad nog verder de berg op. Vanaf hier heb je een prachtig uitzicht op Kamakura en de andere toeristische trekpleister van de stad, het strand.

Hoofdpoort


Ingang naar een grot met boeddhistische beeldjes
van o.a. de zeegodin Benzaiten.


Nee, dat is geen nazisymbool, maar het boeddhistische
symbool voor eeuwigheid.


De hoofdtempel met daarin het beeld van Kannon.



Uitzicht op Kamakura.
Het strand is echter niet mijn volgende bestemming, dat is namelijk de tempel Kotoku-in, verblijfplaats van de Grote Boeddha (Daibutsu). Dit ruim 13 meter hoge bronzen beeld van Boeddha dateert uit 1252 en stond oorspronkelijk in een overdekte tempel. Verschillende stormen in de 14e eeuw maakten echter een einde aan de tempel en er werd besloten de Boeddha in de buitenlucht te laten staan. Hoewel ik het meerdere malen geprobeerd heb, doen de foto's geen recht aan de grootsheid van één van Japans bekendste iconen.



Na een selfie te hebben genomen met Daibutsu was het tijd om richting mijn laatste bestemming te vertrekken: Tsurugaoka Hachimangu. Op het moment dat ik over de toegangsweg (Dankazura) richting deze Shinto schrijn loop begint het weer om te slaan. De zon verdwijnt en maakt plaats voor een mysterieuze mist. Langs een grote vijver en verschillende kleine tempeltjes kom ik bij de 'Maiden', een soort podium voor dans en zang. Achter de Maiden leidt een steile trap naar de hoofdtempel 'Hongu' gewijd aan Keizer Ōjin. De buitenkant van de tempel is door restauratiewerkzaamheden niet te zien en binnenin de tempel zorgen het gebrek aan licht en een metalen raster ervoor dat ik de schrijn niet goed kan zien. Desondanks is het bezoek aan deze tempel een bijzondere ervaring aangezien de locatie tussen de bergen in combinatie met de mist een mysterieuze sfeer creëren, alsof ik een andere wereld betreden ben. Op het moment dat ik richting het station loop op weg naar het warme Tokyo begint de zon weer te schijnen en verdwijnt de mist. Vreemd?!

Dankazura richting Tsurugaoka Hachimangu
Torii poort



Maiden, een podium voor zang en dans.
Links de Hongu hoofdtempel, rechts de Maiden.